Aan de dode een wonder gedaan

Een exegetisch-hermeneutische studie naar de dodenopwekking in Lucas 7,11-17 in relatie tot 1 Koningen 17,17-24 en Vita Apolloni IV,45, dissertatie door Nico Riemersma

 In deze studie staat het wonder centraal, in concreto het wonder van de opwekking van een dode jonge man, de enige zoon van een weduwe, door Jezus in de Galilese stad Naïn (Lucas 7,11-17). Het is een lastig genre, het wonderverhaal, waar velen moeilijk mee uit de voeten kunnen. Dat geldt in bijzondere mate voor wonderverhalen over dodenopwekkingen. Het probleem zit – simpel gezegd – in het gegeven dat wonderverhalen vertellen van gebeurtenissen die menselijkerwijs onmogelijk zijn.

De centrale vraag van het onderzoek is: hoe moet het wonder dat in Lucas 7,11-17 wordt verteld, in het licht van bovengenoemde problematiek, verstaan worden? In de klassieke exegese, maar ook daarbuiten, is de aandacht met betrekking tot het wonder lange tijd vooral gericht geweest op de historiciteitsvraag. Er was nauwelijks oog voor de wijze waarop het wonder in het verhaal wordt verteld. Dat aspect staat in deze studie centraal.

Aangezien met Lucas 7,11-17 nog twee andere verhalen verbonden zijn, te weten het verhaal van de opwekking van de zoon van een weduwe in Sarfat bij Sidon door Elia (1 Koningen 17,17-24) en het verhaal van de opwekking van een dochter van een Romeinseconsul door Apollonius van Tyana (Vita Apollonii IV,45), schenkt de auteur ook aandacht aan deze twee teksten, met de bedoeling om nog scherper zicht te krijgen op het eigene van het wonder in Lucas 7,11-17.

Additional Info

  • boek_id: sup. 14
  • plaats: Bergambacht
  • prijs: 20.00
  • status: Beschikbaar
  • pagina's: 285
  • isbn: 978 94 90393 57 1
  • jaar uitgave: 2016
  • uitgever: 2 VM
Read 219 times

Nieuwsbrief

Onze activiteiten

Uw bestelling

The cart is empty
Copyright © Societas Hebraica 2020. All Rights Reserved.

Search